Omzetbelasting

Samenvatting van de Wet Omzetbelasting

De Surinaamse Omzetbelasting is geen Belasting op toegevoegde waarde (BTW/VAT). Het is een omzetbelasting (Sales Tax).

Belastbare feiten

Omzetbelasting wordt geheven ter zake van:

  1. het door ondernemers in het kader van hun onderneming in Suriname leveren van door hen in Suriname voortgebrachte goederen;
  2. het door ondernemers in het kader van hun onderneming in Suriname verrichten van de diensten die zijn genoemd in de bij deze wet behorende bijlage 1;
  3. de invoer van goederen.
Tarief

Voor levering en invoer van goederen geldt een tarief van 10% en voor het verlenen van diensten geldt een tarief van 8%. Voor de invoer van bepaalde luxegoederen geldt een tarief van 25% (bijlage 3). Daarnaast wordt er vrijstelling van omzetbelasting verleend op de goederen die zijn genoemd in een bij de wet behorende bijlage 2.

Grondslag van de heffing

De omzetbelasting wordt geheven over de vergoeding die de ondernemer ontvangt voor de levering van goederen of haar diensten. Onder vergoeding wordt verstaan het totale terzake van de levering van goederen of de dienst ontvangen bedrag, de omzetbelasting zelf daaronder niet begrepen. De verschuldigde omzetbelasting wordt geheven van de ondernemer die de dienst verricht of het goed levert. Indien de dienst door een niet in Suriname wonende of gevestigde ondernemer wordt verricht ten behoeve van een in Suriname gevestigde ondernemer, wordt de omzetbelasting geheven van degene aan wie de dienst wordt verricht (de omkeerregel).

Levering van goederen

Als levering van goederen worden aangemerkt:

  1. de eigendomsoverdracht van goederen ingevolge een overeenkomst;
  2. de afgifte van goederen ingevolge een overeenkomst van huurkoop of financial leasing
  3. de oplevering van een goed door de ondernemer die de goederen heeft vervaardigd;
  4. de eigendomsoverdracht van goederen die het onderwerp uitmaken van een overeenkomst tot het aanbrengen van die goederen aan een ander goed
  5. het beschikken over goederen voor andere dan bedrijfsdoeleinden, als gevolg waarvan de goederen het bedrijfsvermogen van de fabrikant verlaten.
Aftrek van omzetbelasting

Indien een fabrikant in het kader van zijn onderneming omzetbelasting in rekening gebracht krijgt, kan hij deze omzetbelasting in bepaalde gevallen in mindering brengen op de omzetbelasting die hij zelf verschuldigd is. De aftrek is beperkt tot de omzetbelasting die de fabrikant heeft betaald voor de (invoer van) goederen en belaste diensten die rechtstreeks verband houden met de productie. Over de interpretatie van “rechtsreeks” is nog niet het laatste woord gezegd. Omdat de aftrek alleen van toepassing is op fabrikanten komt het weleens voor in de dienstensector dat er omzetbelasting over omzetbelasting betaald wordt. Een adequate planning terzake is dus van belang.

Aangifte en betaling

De omzetbelasting is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergoeding geheel of gedeeltelijk is ontvangen. De omzetbelastingaangifte dient uiterlijk op de 15 (vijftiende) dag van de maand volgend op het tijdvak van de aangifte te worden ingediend. De betaling van de verschuldigde omzetbelasting dient gelijktijdig te geschieden op de dag dat de omzetbelastingaangifte wordt ingediend.

Invoer

De heffing van de omzetbe­lasting is, gesplitst in een binnen­landse heffing en een heffing bij invoer. Invoer is het brengen van goederen in het vrije verkeer. De bedoeling van deze bepaling is duidelijk te maken dat voor wat betreft de invoer aangehaakt moet worden bij de douane technische inhoud van het begrip “vrij verkeer”. De omzetbelasting gaat uit van een heffing over de waarde die de goederen hebben op het moment van de douane technische invoer. De waarde bij invoer wordt bepaald aan de hand van de regels die zijn opgenomen in de Wet Tarief van Invoerrechten 1996. De aldus bepaalde waarde wordt verhoogd met de andere heffingen die ter zake van de invoer verschul­digd zijn. Doordat de wet voor de bepaling van de douanewaarde verwijst naar de Wet Tarief van Invoerrechten 1996, is het gehele systeem dat in die wet ter zake is opgenomen van toepassing. Ook de procedure, waarbij er tussen de Inspecteur der Invoer­rechten en Accijnzen (de Inspecteur die belast is met de heffing van omzetbelasting bij invoer) en degene die de goede­ren invoert onenigheid bestaat over de waarde van de goederen, is dientengevolge van toepassing. De heffing van de omzetbelasting is in beginsel geheel gekop­peld aan de bepalingen die gelden voor de heffing van het invoerrecht. Deze bepalingen zijn opgeno­men in de Scheepvaart­wet en in de Wet Tarief van Invoerrechten 1996. De omzet­belas­ting wordt berekend aan de hand van de in­voeraangif­te en hetgeen bij verificatie en visitatie wordt geconsta­teerd. Dit betekent onder meer dat de omzetbe­lasting niet verschuldigd is zolang de goederen douane technisch gezien zich nog in het entrepot bevinden.

Uitvoer

Het tarief van de omzetbelasting voor de levering van goederen, die in het kader van hun levering zullen worden uitgevoerd, bedraagt 0%. Let wel, alleen voor de export van goederen bedraagt de omzetbelasting 0%. Indien een Surinaamse dienstverlener een dienst in de zin van de Wet omzetbelasting verleend bij uitvoer, denk aan transport, dan dient er omzetbelasting van 8% in rekening te worden gebracht.

Vrijstelling

Vrijstelling van omzetbelasting indien vrijstelling van invoerrechten op grond van:

  • Wet Tarief van Invoerrechten 1996
  • Grondstoffenbesluit
  • Investeringswet
  • Bankwet
  • Petroleumwet

Bijlage 1 behorende bij de Wet Omzetbelasting 1997 – belaste diensten
  1. schadeverzekeringen, met uitzondering van ziektekostenverzekeringen;
  2. de diensten verleend door banken en andere financiële instellingen ter zake van:
    • het afsluiten van leningen met uitzondering van leningen in het kader van de productie;
    • het afsluiten van hypotheken;
    • het overboeken van gelden ter zake buitenlandse transacties;
    • het bewaren van effecten en andere geldswaardige papieren;
  3. de diensten verleend door notarissen alsmede personen die een vrij beroep uitoefenen, waaronder: advocaten, accountants, automatisering-, informatica- en overige consultancy. Uitgezonderd zijn vrije beroepen in de medische sector zoals artsen, tandartsen en fysiotherapeuten en overige medische dienstverleners.
  4. de diensten verleend door reclamebureaus, alsmede het maken van reclame via televisie, radio, kranten en andere openbare publicaties;
  5. de diensten verleend door architecten en landmeters;
  6. de diensten verleend door makelaars bij de verkoop en verhuur van onroerende goederen;
  7. de diensten verleend in het kader van vervoer van goederen;
  8. de diensten verleend in het kader van bewaking van gebouwen, goederen en personen;
  9. de diensten verleend door schoonmaakbedrijven;
  10. de diensten verleend in het kader van het ter beschikking stellen van roerende goederen;
  11. het verstrekken van logies, spijzen en dranken in en door horecabedrijven;
  12. de diensten verleend door reisbureaus;
  13. het organiseren van toeristische activiteiten;
  14. de diensten verleend in het kader van de nationale en internationale telecommunicatie;
  15. kappers, schoonheidssalons, massagesalons en dergelijke diensten;
  16. de diensten verleend ten behoeve van vervoer van personen met luchtvaartuigen;
  17. diensten verleend door reparateurs;
  18. diensten verleend door rijscholen;
  19. diensten verleend door installateurs;
  20. diensten verleend door taxichauffeurs;
  21. diensten verleend door radio- en televisiestations;
  22. diensten verleend in het kader van uitdeuk- en spuitinrichtingen;
  23. diensten verleend in het kader van service- en onderhoudswerkzaamheden;
  24. diensten verleend in het kader van het verstrekken van parkeergelegenheden;
  25. diensten verleend door advertentiebureaus en advertenties van dag- en avondbladen alsmede andere periodieke publicaties;

BIJLAGE 2, behorende bij de Wet Omzetbelasting 1997 – vrijgestelde goederen
  1. Kaas
  2. Pindakaas
  3. Roomboter/margarine
  4. Sardines in olie of tomatensaus
  5. Bokking
  6. Haring
  7. Kabeljauw en gezouten vis
  8. Vers vlees (kippen-, varkens- en rundvlees)
  9. Verse vis
  10. Verse groenten en fruit
  11. Brood en broodbeschuit
  12. Tarwe en tarwemeel
  13. Cacaopoeder
  14. Thee
  15. Bruine suiker
  16. Witte suiker
  17. Melk en poedermelk
  18. Zout
  19. Tomatenpuree
  20. Spijsolie
  21. Knoflook
  22. Havermout
  23. Verse aardappelen
  24. Zoutvlees
  25. Rode uien
  26. Witte uien
  27. Bruine en witte bonen
  28. Gele- en groene erwten
  29. Bananen, aardvruchten, wortels en knollen
  30. Specerijen bestemd voor de bereiding van massala
  31. Padi, rijst en rijstproducten
  32. Eieren
  33. Lucifers
  34. Muskietenkaars
  35. Tandpasta
  36. Toiletpapier
  37. Badzeep
  38. Huishoudzeep/poederzeep
  39. Babyvoeding
  40. Maandverband en tampons
  41. Luiers en inlegluiers voor babies
  42. Desinfecterende middelen
  43. Medicijnen, verbandmiddelen, medische toestellen, medische apparaten
  44. Dieselolie
  45. Water
  46. Elektrische energie en kookgas
  47. Textiel voor de vervaardiging van klamboes
  48. Lamppetroleum
  49. Voorbehoedsmiddelen
  50. Leermiddelen, schoolbenodigdheden, schooluniformen

BIJLAGE 3, behorende bij de Wet Omzetbelasting 1997 – 25 % tarief
  1. Automobielen en andere motorvoertuigen hoofdzakelijk ontworpen voor personenvervoer met een cilinderinhoud van meer dan 2000 cm3 en met een cifwaarde van US$ 25.000 of meer;
  2. Motorfietsen;
  3. Speedboten, waterscooters, jachten, sport- en andere pleziervaartuigen;
  4. Vaatafwasmachines
  5. Videocamera’s
  6. Vuurwerk
  7. Gok- en speelautomaten
  8. Televisietoestellen boven 31 inch
  9. Satelliet gerichte schotels en antennes
  10. Wapens, munitie, delen en toebehoren daarvan

Send Us A Message

more information

Share:

Share on facebook
Share on linkedin
Share on whatsapp