Inkomstenbelasting voor natuurlijke personen

Samenvatting van de Wet Inkomstenbelasting voor natuurlijke personen

De Inkomstenbelastingwet maakt een onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen. Binnenlands belastingplichtigen zijn belastingplichtig naar hun wereldwijde inkomen, terwijl buitenlandse belastingplichtigen alleen belast worden over de positieve en negatieve opbrengst van binnenlandse bronnen van inkomen.

Een persoon wordt binnenlands belastingplichtig als de kern van zijn persoonlijke economische belangen in Suriname ligt. Dit wordt bepaald op basis van feiten en omstandigheden, b.v. de werkplek of de plaats waar het gezin woont. Voor het bepalen van de fiscale woonplaats is een verblijfsvergunning geen vereiste.

Binnenlands belastingplichtigen

Binnenlands belastingplichtigen worden belast over hun zuiver inkomen (lees: belastbaar inkomen). Belastbaar inkomen is het onzuiver inkomen verminderd met verrekenbare verliezen en persoonlijke aftrekposten. Het onzuiver inkomen is het gezamenlijk bedrag van hetgeen de belastingplichtige geniet als positieve en negatieve zuivere opbrengst van:

  1. onroerende goederen;
  2. roerend kapitaal;
  3. onderneming (winst) en arbeid (loon);
  4. rechten op periodieke uitkeringen van het leven afhankelijk;
  5. rentebestanddeel

Het belastbaar inkomen omvat het belastbaar inkomen uit werk. Het inkomen uit werk dat aan een persoon wordt betaald, is onderworpen aan inhouding van loonbelasting. De loonbelasting is een voorbelasting op de inkomstenbelasting, waarbij de loonbelasting in aftrek wordt gebracht op de verschuldigde inkomstenbelasting. De loonbelasting kan ook dienen als eindheffing waarbij de belastingplichtige dag geen aangifte voor de loonbelasting hoe te doen.

Buitenlandse belastingplichtigen

Buitenlandse belastingplichtigen worden alleen belast over de positieve en negatieve opbrengst van binnenlandse bronnen van inkomen:

  1. voor zoveel onroerende goederen betreft: onroerende goederen gelegen in Suriname;
  2. voor zoveel roerend kapitaal betreft:
    • schuldvorderingen, verzekerd door hypotheek op een in Suriname gelegen of gevestigde onroerende zaak;
    • rechten op aandelen in de winst van een bedrijf, waarvan de leiding in Suriname gevestigd is, voor zover zij niet voortspruiten uit effectenbezit;
  3. voor zoveel onderneming en arbeid betreft:
    • bedrijf, voor zover de daaruit verkregen winst kan worden toegerekend aan een in Suriname aanwezige vaste inrichting, met behulp waarvan het bedrijf wordt uitgeoefend;
    • dienstbetrekking als bestuurder of commissaris van een in Suriname gevestigd lichaam;
    • dienstbetrekking, indien en voor zover daaruit opbrengst wordt verkregen ter zake van het vervullen of vervuld zijn van de dienstbetrekking in Suriname;
    • dienstbetrekking, indien en voor zover daaruit opbrengst wordt verkregen ten laste van een Surinaamse publiekrechtelijke rechtspersoon of van een al dan niet rechtspersoonlijkheid bezittend fonds van zodanige rechtspersoon;
  4. voor zoveel rechten op periodieke uitkeringen van het leven afhankelijk betreft: rechten op verlof- en non-activiteitstraktement, wachtgeld of pensioen ten laste van een Surinaamse publiekrechtelijke rechtspersoon of van een al dan niet rechtspersoonlijkheid bezittend fonds van zodanige rechtspersoon.

Inkomsten uit andere bronnen dan voornoemd zijn niet belastbaar in Suriname.

Tarief

Het belastingtarief voor natuurlijke personen is een progressief tarief:

Gedeelte van het jaarlijks belastbaar inkomen tarief
Tot           SRD   2.646        0%
Vanaf        SRD   2.646,00 tot SRD 14.002,80 8%
Vanaf        SRD 14.002,80 tot SRD 21.919,80 18%
Vanaf        SRD 21.919,80 tot SRD 32.839,80 28%
vanaf        SRD 32.839,80 en meer  38%

Heffingskorting op het normaal tarief voor het jaar 2020: SRD 6.500

Aangifte

Het Surinaamse Inkomstenbelastingsysteem wordt aangeduid als een ‘Self Assessment System’. Dit systeem houdt in dat de belastingplichtige zelf de verschuldigde inkomstenbelasting moet berekenen en aangeven. Uiterlijk op 15 april van het kalenderjaar moet de belastingplichtige een voorlopige aangifte inkomstenbelasting indienen, inclusief een schatting van de verschuldigde belasting over het jaar. De belastingplichtige kan de geschatte belasting in vier gelijke termijnen betalen, die verschuldigd zijn op uiterlijk 15 april, 15 juli, 15 oktober en 31 december over dat jaar.

Aan het eind van elk jaar moeten natuurlijke personen een definitieve aangifte inkomstenbelasting indienen. De vervaldatum voor het indienen en de betaling van het belastingbedrag berekend op basis van de aangifte (verminderd met de betaling van de voorlopige aangifte) is 30 april voor natuurlijk persoenen. Voor te late betalingen wordt rente in rekening gebracht. Houd er rekening mee dat boetes kunnen worden opgelegd als het indienen/ betalen van de vereiste belastingaangifte/ termijn niet op tijd is voltooid.

Persoonlijke Aftrekposten

  1. Rente terzake van schuld van hypotheek eigen woning tot een hypotheeklening van max. SRD 125.000,-
  1. Kosten buitenschilderwerk eigen woning (ten hoogste éénmaal per drie jaar).
  1. Premies voor lijfrenten en andere periodieke uitkeringen en verstrekkingen bij invaliditeit en ouderdom tot maximaal 10% van het onzuiver inkomen.
  1. Noodzakelijk verrichte uitkeringen en verstrekkingen tot levensonderhoud aan behoeftige niet inwonende ouders, schoonouders en eigen- en of pleegkinderen voor zover de kosten 10% van het onzuiver inkomen te boven gaan. Voorts mag het bedrag niet hoger zijn dan in overeenstemming is met de behoefte van degene die de uitkering of verstrekking geniet, en met het inkomen.
  1. Betaalde noodzakelijke kosten in verband met ziekte, bevalling, ongeval, invaliditeit of overlijden van belastingplichtige, zijn echtgeno(o)t(e) en minderjarige eigen- en of pleegkinderen voor zover de kosten 10% van het onzuiver inkomen te boven gaan.
  1. Voor ieder minderjarig inwonend eigen- en/of pleegkind van 18 jaar en ouder kan SRD 8.000,- op het onzuiver inkomen in mindering worden gebracht indien dit kind wegens voortdurende lichaams- of zielsgebreken niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien, mits voor dit kind geen uitkering terzake van die voortdurende lichaams- of zielsgebreken wordt genoten.
  1. Betaalde lijfrenten, pensioenen en andere periodieke uitkeringen zoals echtscheidingsuitkeringen en verstrekkingen.
  1. Studiekosten of kosten voor een beroepsopleiding van eigen, aangehuwde of pleegkinderen voor zover de kosten 10% van het onzuiver inkomen te boven gaan.

Send Us A Message

more information

Share:

Share on facebook
Share on linkedin
Share on whatsapp