Investeringsfaciliteiten anno 2020

Samenvatting van (fiscale) investeringsfacilteiten
investment incentives

(Gedeeltelijke) vrijstelling van invoerrechten, omzetbelasting en statistiekrecht bij de invoer van bedrijfsmiddelen

Bij beschikking van de Minister van Financiën van 14 januari 2020 (La.F. no 80), heeft de minister voorwaarden gesteld voor gedeeltelijke vrijstelling van invoerrecht bij de invoer van bedrijfsmiddelen. De minister verleend geen restitutie van rechten, die bij invoer zijn betaald. Dat wil zeggen dat de minister een restitutieverzoek zal afwijzen als de bedrijfsmiddelen reeds zijn geïmporteerd.

Na goedkeuring door de Minister van Financiën wordt gedeeltelijke vrijstelling van invoerrecht en omzetbelasting van 75% verleend bij de invoer van bedrijfsmiddelen.

Er wordt ook gedeeltelijke vrijstelling van statistiekrecht verleend op grond van de Wet op het Statistiekrecht tot een bedrag van SRD 100,- (honderd Surinaamse Dollar).

Om in aanmerking te komen voor de (gedeeltelijke) vrijstelling dient het bedrijfsmiddel te worden gebruikt door een onderneming in de volgende sectoren: bosbouw, industrie, landbouw, tuinbouw, mijnbouw, veeteelt, pluimvee, aquacultuur, visserij, groothandel, beroepsvervoer, nijverheid, dienstverlening en toerisme met uitzondering van de inrichting en exploitatie van casino’s. Het bedrijfsmiddel dient een direct verband te hebben met de bedrijfsactiviteiten, conform de geregistreerde activiteiten bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Er dient sprake te zijn van een bedrijfsmiddel dat zal worden gebruikt in het kader van het feitelijk uitoefenen van de onderneming. Bedrijfsmiddelen zijn goederen waarover kan worden afgeschreven.

De vrijstelling wordt verleend:

  1. indien het bedrijfsmiddel ten minste een CIF-waarde van US$ 7.500 (zevenduizend en vijfhonderd Amerikaanse Dollar) heeft. Met CIF-waarde wordt bedoeld de kostprijs van het bedrijfsmiddel, vermeerderd met de verzekering en de vrachtkosten
  2. in geval van bedrijfsmiddelen die in verband met de investering een geheel vormen (zgn. initiële investering), dient de gezamenlijke waarde tenminste US$ 500.000 (vijfhonderdduizend Amerikaanse Dollar) te bedragen
  3. ten aanzien van bedrijfsmiddelen die gebruikt zullen worden in de landbouwsector, veeteeltsector en pluimveesector en in verband met de investering een geheel vormen (zgn. initiële investering), dient de gezamenlijke waarde tenminste US$ 250.000 (tweehonderd en vijftigduizend Amerikaanse Dollar) te bedragen
  4. indien de ondernemer geen openstaande rekeningen heeft van de overige belastingen
  5. indien de ondernemer een verzoekschrift heeft gericht aan de minister van Financiën. Dit verzoekschrift dient tenminste 3 (drie) weken voor de invoer van de bedrijfsmiddelen te worden ingediend. Bij dit verzoekschrift dienen de volgende documenten te worden bijgevoegd:
    • een geldige vergunning in geval van vergunning plichtige bedrijfsactiviteiten;
    • een verklaring van registratie van de Inspecteur der Directe Belastingen;
    • een verklaring van geen bezwaar van de Ontvanger der Directe Belastingen;
    • een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken;
    • facturen of offertes van de leverancier in het buitenland van de in te voeren bedrijfsmiddelen;
    • een juist en volledig ingevuld model investeringsformulier;
    • een bedrijfsplan/ projectplan ingeval van een initiële investering zoals bedoeld in de punten b en c;
    • een gespecificeerde lijst inhoudende de te importeren goederen, de aantallen, de individuele waarden, de totale waarde, bedrijfsstempel en handtekening van de vertegenwoordiger van het bedrijf, ingeval van een initiële investering zoals bedoeld in de punten b en c.

De volgende goederen zijn uitgesloten van de vrijstelling:

  1. Personenvoertuigen, met uitzondering van beroepsvervoer.
  2. Vrachtwagens met een laadvermogen van minder dan 1.500 (vijftienhonderd) kg.
  3. Vaartuigen, met uitzondering van bedrijfsmatig gebruik.
  4. Onderdelen van bedrijfsmiddelen.
  5. Bouwmaterialen.
  6. Sanitaire artikelen met uitzondering van hotels en restaurants (Horeca).
  7. Goederen bestemd voor de inrichting en aankleding van gebouwen en werkplaatsen met uitzondering hotels en restaurants (Horeca)
  8. Bedrijfskleding, -schoeisel en overige persoonlijke beschermingsattributen.
  9. Beveiligingsapparatuur met inbegrip van vuurwapens.

Uitgesloten van de initiële investering zijn:

  1. Personenvoertuigen, met uitzondering van beroepsvervoer.
  2. Vrachtwagens met een laadvermogen van minder dan 1.500 (vijftienhonderd) kg.
  3. Vaartuigen, met uitzondering van bedrijfsmatig gebruik.
  4. Bedrijfskleding, bedrijfsschoeisel en overige persoonlijke beschermingsattributen.
  5. Een onderdeel van een bedrijfsmiddel welke geen minimale waarde heeft van US$ 500 (vijfhonderd Amerikaanse Dollar).
  6. Cement, verf, spijkers, bouten, moeren en soortgelijke goederen.
  7. Inrichtingsgoederen genoemd in punt g bestemd voor kantoren.

Het bedrijfsmiddel waarvoor bij de invoer gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten is verleend mag binnen 3 (drie) jaar na de invoer niet worden vervreemd. Onder vervreemding wordt verstaan:

  1. de eigendomsoverdracht van goederen ingevolge een overeenkomst;
  2. het onttrekken van een bedrijfsmiddel aan de onderneming;
  3. het wijzigen van de bestemming van een bedrijfsmiddel;
  4. het niet in gebruik nemen van een bedrijfsmiddel binnen 3 (drie) jaar na de aanvang van het jaar, waarin de investering in het betreffende bedrijfsmiddel heeft plaatsgevonden.

Bij vervreemding van een bedrijfsmiddel binnen een periode van 3 (drie) jaar, zijn eerder vrijgestelde rechten bij de invoer verschuldigd.

Investeringswet 2001

Op basis van de Investeringswet 2001 hebben ondernemers die een regelmatige boekhouding voeren en investeren in bedrijfsmiddelen, de mogelijkheid om verzoeken te doen voor toepassing van investeringsfaciliteiten. Het betreft echter uitsluitend investeringen in de volgende sectoren: landbouw, veeteelt, visserij, tuinbouw, aquacultuur, mijnbouw, bosbouw, toerisme met uitzondering van de inrichting en exploitatie van casino’s, industrie, groothandel, nijverheid, dienstverlening en beroepsvervoer.

Met de invoering van de Investeringswet, werd het orgaan Investsur geïntroduceerd die als hoofdtaak heeft het beoordelen van de aanvragen en het adviseren van de Minister van Financiën. Investsur is in 2018 geïnstalleerd, maar nog niet operationeel. Tot op heden zijn alle aanvragen behandeld en verstrekt door de Minister van Financiën.

Fiscale faciliteiten:

Willekeurige afschrijving

Bij de berekening van de in een jaar genoten winst voor de heffing van inkomstenbelasting mag het bedrag van de investering in een bedrijfsmiddel willekeurig worden afgeschreven, indien het bedrag van deze investering in Surinaamse Dollar tenminste de tegenwaarde is van US$ 5.000 (vijfduizend Amerikaanse Dollar).

Een verzoek om toepassing van deze faciliteit dient uiterlijk drie maanden na de datum van de desbetreffende investering te worden ingediend.

In de Algemene bepalingen van de Investeringswet 2001 is opgenomen dat investeren inhoudt: “het aangaan van verplichtingen ter zake van het aanschaffen van of verbeteren van een bedrijfsmiddel, alsmede het maken van voortbrengingskosten daarvoor, voor zover deze verplichtingen en kosten op de ondernemer drukken”. In de Memorie van Toelichting is opgenomen dat bij het aangaan van verplichtingen het veelal gaat om koop- of aanbestedingscontracten ter zake van de aanschaf van bedrijfsmiddelen. Ter voorkoming van ongerief adviseren wij u al bij de overweging tot aanschaf van een bedrijfsmiddel of het begin van een project het verzoek in te dienen, zodat het verzoek binnen de wettelijke termijn plaatsvindt.

Vrijstelling van inkomstenbelasting (tax holiday).

De faciliteit geldt voor nieuwe ondernemingen. De maximale duur bedraagt 10 (tien) jaren. Een verzoek om toepassing van deze faciliteit dient uiterlijk één jaar nadat de nieuwe onderneming is aangevangen te worden ingediend.

Horizontale compensatie van inkomstenbelasting.

Winsten en verliezen van een moedervennootschap en een dochtervennootschap kunnen met elkaar worden verrekend indien wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  1. een verzoek voor verrekening wordt door beide vennootschappen gezamenlijk ingediend;
  2. de tijdvakken waarover de heffing van de inkomstenbelasting plaatsvindt, vallen voor beide vennootschappen samen;
  3. de winst van de laatstbedoelde vennootschap is behaald met het uitoefenen van een nieuwe onderneming;
  4. bij het bepalen van de in een jaar genoten winst zijn voor beide vennootschappen dezelfde bepalingen van de Wet Inkomstenbelasting 1922 van toepassing;
  5. elk van de vennootschappen oefent een onderneming uit in één van de in de wet genoemde sectoren.

Een verzoek om toepassing van deze faciliteit dient uiterlijk één jaar nadat de nieuwe onderneming is aangevangen te worden ingediend.

Niet-fiscale faciliteiten:

  1. Vergunningen voor overmakingen van gelden. Het betreft deviezenvergunningen voor de uitvoer van deviezen, voor overmakingen van aflossing en rentebetalingen van buitenlandse leningen, winsttransfer etc.
  2. Diverse vergunningen. Vestigings-, verblijfs- en tewerkstelling vergunningen. En vergunningen voor de in- en uitvoer van goederen en diensten.

Send Us A Message

more information

Share:

Share on facebook
Share on linkedin
Share on whatsapp